Nicolaas (Nico) Porsius woonde van 1946 tot 1970 in Durgerdam en beleefde er een fantastische jeugd. Het dorp was in die tijd een karakteristiek Zuiderzee-vissersdorp. Tot de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 telde Durgerdam meer dan honderd visserlui en een flinke vloot botters. Nico heeft op latere leeftijd een groot aantal verhalen over Durgerdam geschreven, vooral om de geschiedenis van het dorp van zijn jeugd vast te leggen voor zijn kinderen en kleinkinderen. In het Spraakwater en op onze website publiceren we de komende tijd een selectie uit zijn prachtige, zeer persoonlijke observaties.
door Nico Porsius
Het volgende verhaal is een absurde geschiedenis en het is nu bijna niet meer voor te stellen dat het begin hiervan voor Durgerdam plaatsvond.
Ik zal een jaar of elf zijn geweest toen ik bij ons boven onder in een kast twee stukken zilverkleurig triplex vond waarop foto’s waren geplakt van vreemdsoortige watervliegtuigen die in een lange rij voor Durgerdam lagen. Er waren ook twee foto’s bij van een gecrasht toestel en een foto met een paar hoge militairen die een doorloop in de dijk bij de haven passeerden.

Wanneer was dit gebeurd en wie waren die militairen en die vreemde vliegboten? Ik ging het mijn vader vragen. Ja, antwoordde hij, dat was het eskader watervliegtuigen van luchtmaarschalk Balbo dat in 1933 Durgerdam aandeed tijdens hun vlucht naar Chicago. Eén van deze vliegtuigen sloeg tijdens de landing over de kop. Ik ben er met de jol van mijn vader naartoe geroeid en heb met mijn Voigtländer klapcamera foto’s gemaakt en twee stukken triplex die van het toestel waren afgebroken uit het water gevist.
De foto’s waren intrigerend door de vreemde vorm van de toestellen met bovenop een motorgondel met twee achterelkaar gemonteerde motoren met daaronder een soort van cockpit. Wat waren dat voor toestellen en wie was die Balbo en wat had hij bij Durgerdam te zoeken?
Wat ik wel wist was dat schuin voor Schellingwoude aan het Buiten-Y op het Zeeburgereiland ooit een watervliegtuigbasis was gevestigd. Die was na de oorlog opgeheven maar de hangar met helling en kraan werden eind jaren zestig pas afgebroken. Een zoektocht op het internet leverde de ontknoping van dit mysterie.
Italo Balbo was luchtmaarschalk en de rechterhand van de dictator Benito Mussolini. Hij was de architect van de Italiaanse Luchtmacht en bekleedde een leidende rol in de popularisering van vliegen in Italië en werd zelfs door Mussolini tot gouverneur van Libië benoemd. Hij ondernam een tweetal transatlantische vluchten met Savoia Marchetti S.55 X vliegboten. De eerste was van 17 december 1930 t/m 15 januari 1931 met 12 toestellen vanuit Orbetello Italië naar Rio de Janeiro in Brazilië. De tweede transatlantische vlucht was van Orbetello naar Chicago in Noord Amerika en weer retour naar Orbetello. Het was op deze vlucht dat Durgerdam op 1 juli 1933 werd aangedaan. De tocht werd met 25 Savoia Marchetti S.55 X vliegboten ondernomen.

Naar huidige maatstaven zien deze watervliegtuigen er erg vreemd uit: twee relatief korte gesloten bootrompen waarop de vleugel was gemonteerd met in het tussenstuk van de vleugel een kleine cockpit. Daar bovenop op stalen buizen een motorgondel met daarin twee motoren die achterelkaar waren gemonteerd met twee contra roterende propellers. Achter beiden bootrompen twee open staartstukken van dikke buizen met aan het einde daartussen het stabilo met daarop drie richtingroeren. De twee motoren waren Isotta-Fraschini Asso lijnmotoren van 840 pk met uit elektron lichtmetaal gegoten carters wat voor die tijd hypermodern was.
Op 30 juni omstreeks 10 uur ’s avonds verliet Balbo Orbetello in een V-vormige formatie van 25 toestellen met als doel de watervliegtuigbasis Schellingwoude bij Amsterdam. Orbetello ligt vlak bij Porto Ercole waar koningin Juliana en Prins Bernhard hun buitenhuis hadden aan de Middellandse zee. Na een vlucht van ruim zeven uur en 870 mijl arriveerde hij ‘s morgens vroeg 1 juli om ongeveer 5 uur voor Durgerdam aan het Buiten-Y en zetten de toestellen één voor één de landing in waarbij er één over de kop sloeg en crashte. Hierbij werd één van de piloten gedood.

Op de foto’s is één van de Savoia Marchetti S.55 X toestellen voor Durgerdam te zien plus Balbo met zijn gevolg in de doorloop van de dijk bij de haven van Durgerdam. Balbo is de man met de baard die zich tot de in het zwart geklede jongeman richt links op de foto. Zijn persoonlijke adjudant achter hem draagt zijn koffer.
Waar ze de nacht van 1 op 2 juli in Amsterdam doorgebracht hebben kon ik niet terugvinden. Wat ik wel ontdekte was dat het eskader van 24 toestellen de volgende morgen vroeg op 2 juli weer onderleiding van Balbo naar Londonderry in Noord Ierland vertrok waar ze na een vlucht van 5 uur en 20 minuten en 630 mijl landden. De volgend etappe leidde naar Reykjavik op IJsland maar door het slechte weer kon men pas ’s morgens 5 juli vertrekken en landden de 24 Savoia-Marchetti S.55s na een vlucht van 6 uur en 35 minuten en 930 mijl bij Reykjavik. Nu wachtte de grootste etappe van de expeditie: 1500 mijl van Reykjavik naar Cartwright Newfoundland, Canada.

Er werd op zo gunstig mogelijk weer voor de overtocht gewacht en uiteindelijk vertrok het eskader ’s morgens vroeg op 12 juli vanaf Reykjavik naar Cartwright waar het na 11 uur en 50 minuten vliegen veilig landde. Het is een wonder dat deze vreemdsoortige 24 vliegboten deze afstand van 1500 mijl over water zonder problemen hadden afgelegd. Op 13 juli vertrok men van Cartwright naar Shediac, New Brunswick, Canada waar men na 6 uur en 17 minuten ’s avonds landde met een afgelegde afstand van 800 mijl. De volgende morgen 14 juli vertrokken de 24 toestellen van Shediac naar Montreal, Canada waar men na 3 uur en 34 minuten en 500 mijl aankwam. De laatste etappe was op 15 juli naar Chicago, Noord Amerika waar het eskader na ongeveer 8 uur vliegen en een afstand van 870 mijl landde. Al met al had de tocht ruim 15 dagen in beslag genomen.
De terugvlucht naar Orbetello verliep niet zonder problemen. Er crashte weer een toestel zodat men uiteindelijk met 23 toestellen op de thuisbasis arriveerde. Italo Balbo kwam niet zo fraai op 44 jarige leeftijd aan zijn einde. Hij werd als gouverneur van Libië bij Tobruk door eigen Italiaans luchtdoelgeschut neergeschoten. Hij was de enige leidende fascist in Italië die tegen de anti-joodse wetten en de alliantie van Mussolini met Hitler stemde.
Heeft u aanvullingen of een reactie op dit verhaal van Nico Porsius? Plaats dan hieronder een reactie!
Dit artikel verscheen ook in ‘het Spraakwater’ van maart 2026, het ledenblad van WSV Durgerdam.
